Het is woensdag, het is
november tien
dag voor Sint Maarten, in tweeduizendtien
De Witte Walvis ligt al klaar in het sop
Aan de waterkant stelt het gilde zich op
Sabel op, plaats rust, sabel weer neer
In de tent oefent iemand z’n speech nog een
keer
De CdK mijmert over de slag bij Den Bosch
de bootsman knielt voor de boot, zijn veter is
los
Op de Ligneweg kijken de kijkers naar de tent
vragen of iemand die met dat schrijfblok soms
kent
Is dat een graaf? Een prins? Misschien een
voorlichter?
BN/de Stem weet raad: die man is een dichter
Dichter bij de weg staat een man in livrei
Echoot uit zijn gsm: ‘ze zijn Breda al voorbij’
Camera’s draaien en draaien hun lenzen ongerust
Komt ’ie uit Halsteren, met de heli of gewoon van
Vrederust?
Maar opeens gaat het gilde in de houding staan
fotografen staan gespannen, Blauw Bloed komt er
aan
een grote zwarte auto, een Mercedes of Ford
met AA twentyseven op het kentekenbord
welkom meester, professor, Pieter, mijnheer
dit is de borgerij, ‘wat is het hier een prachtig
weer’
nog geen vijf minuten later zit het hele
kluitje
samen met Pieter in hetzelfde schuitje
En zo varen ze rustig door de grachten van het
fort
Ans van den Berg zegt dat dit een topattractie
wordt
Eerst varen, dan lopen of net andersom
Kom daar in de Dieze of Grebbe maar eens om
Waar eens de voerman zijn paarden liet draven
Zijn nu weer echte grachten uitgegraven
We ronden de kapen van Eggers’ ster
Veertienhonderd meter varen is nog best wel ver
Maar dan kom toch het einde in zicht
Hoewel, nog heel even, maar als de boot eenmaal
ligt
Dan klimt het gezelschap – Cees de Korte voorop
Over het ruiterpad naar boven, naar de
heuveltop
En daar zien ze eindelijk het doel van de
inspectie
Het beeld van Roovers’ fort in z’n waterig’ reflectie
Het water wijkt uiteen, de gracht ligt in twee
Zoals Mozes ook al deed met de Schelfzee
Ze lopen door het water als door een wak in het
ijs
En bestormen dan het fort, maar dat doen ze
trapsgewijs
Eerst boven kijken de meesten dan nog eens
terug
En zien, van bovenaf nu, de onderwaterbrug
In de verte ruist verkeer op de A4
Zover als je kon kijken stond toen het water
hier
Het nieuwe meer, van Steenbergen tot ‘t Laag
Zo heet het nog steeds tot op de dag van
vandaag
Een paar minuten later stappen ze binnen in de
tent
De sfeer is er gezellig, net of ieder ieder
kent
Handen worden geschud, het is hier je en jou
De inspecteur begint zijn speech, in de hoek valt
iemand flauw
‘Maak ik,’ solliciteert Pieter bij waardevolle
Ans
‘als beschermheer van de vrienden misschien een goede
kans?’
Dan zijn er mooie woorden, en ook een mooie
prent,
en grote bewondering voor dit gerestaureerde
monument
aan het einde van de inspectie klinkt zo het
eindrapport:
met heel veel lof geslaagd, veel waardering voor het
fort
de voorzitter van het restauratiefonds ziet zelfs twee
kanten aan het mes
herstel van historische cultuur en dat middenin de
EHS
Ik heb het gewaardeerd om nogmaals hier te zijn
4 eeuwen na de Reise van den Prince en raadsheer
Constantijn.”
De zon gaat langzaam onder over die aerdige
zandtaarten
Velen hielden nog lang een warm gevoel, tot ver na
Sinte Maarten
**** ***